Poëzie



Ik maak ruimte.

Ruimte om stil te vallen, te kijken, te voelen.

In een wereld vol prikkels zoek ik naar het essentiële –

de zachte beweging, de adem tussen de regels, de blik zonder oordeel.


Mijn werk beweegt zich tussen poëzie en beeldende kunst, waar woorden en vormen niet verklaren, maar een vingerwijzing zijn.

Naar rust. Naar eigen waarheid. Naar schoonheid in het kleine. Naar mijn liefde. 


Slaapwandelaar


Verstrikt in de werkelijkheid van een ander

raakte je steeds verder verwijderd 

van jezelf

je eigen stem,

een echo van je ziel

die ver weg

weerklinkt als een roep

uit een vorig leven


slaapwandelend

bewoog je door je leven

balancerend

tussen leven en dood

zielloos verloren

was je op sterven na dood


je ging door 

met de ziel onder je arm

zoekend naar een plek

om je hoofd te rusten

werd je wakker in mijn schoot


maar de kleverige draden 

van de anderen

bleken een web


onder mijn ogen zag ik

hoe ze je binnenhaalden

met hun gif

spoten ze je plat

tot er steeds minder van jou

in mijn armen lag


hun zure gif sterker dan

mijn zoete liefde

hun kleverige draden dwingender

dan mijn open armen


vaarwel, lief

tot in een volgend leven

ik heb je zo lief gehad




Tussenruimte (drieluik)


er is een adem

tussen woorden

waar niets hoeft

behalve zijn


licht breekt de muur

de stilte draagt geluid

en jouw blik - 

een anker


een zacht gebaar, trillend

alleen een vinger

die wijst naar iets

dat altijd al klopte






Tussenruimte 2


ik zie hoe jij ademt

tussen wat niet gezegd wordt

ongedwongen

ben je gewoon


jouw ogen vangen het licht

laten muren zacht opensplijten

en in de stilte hoor ik

hoe jij alles draagt


een vinger, nauwelijks bewogen

wijs je naar iets

dat ik al kende

maar nu pas

durf te voelen


Tussenruimte 3


jij zegt niets

en toch

adem ik dieper

in de ruimte 

die jij openhoudt


je blik

— helder, ongewild teder —

breekt het licht

daar

waar ik vergeten was te voelen


in jouw stilte

hoor ik mijzelf

eindelijk

zonder schaamte


en dan 

alleen een vinger

een subtiel gebaar

alsof je wist

waar ik al die tijd al was


Maagd


er rommelt iets

diep vanbinnen

een storm van fluisteringen

die liefde verwarren

met schuld


stemmen zeggen:

zonde

alsof jij liefhebben 

een misdaad maakt


maar luister

het was nooit ingewikkeld

jij en ik

dat is de eenvoud

die alles overstijgt


alleen

de tijd —

altijd tegen

hij dooft het licht

dat juist had moeten branden


en dus zeggen we:

"nu even niet"

"misschien later"

"dit is niet het moment"

en maken we moeilijk

wat vanzelf sprak


het gevoel

dat duwt, trekt,

dat wil zeggen

maar wij zwijgen

om het onbezoedeld

voor altijd


puur

onaangeraakt

maagdelijk


alsof dat iets heiligs is

dat je alleen mag bewonderen

en nooit écht mag voelen


Ik ben dat


vandaag zat ik in stilte

en mijn lichaam was er niet

ik zag het oplossen 

in de lucht om me heen

atomen zichtbaar

toen ze uit elkaar vielen


ik hoorde de vogels

hun ochtendlied zingen

en hun klanken 

gingen dwars door mij heen

ik trilde

van hun lied


mijn lichaam was er niet

ik zat, maar ik zat niet

ik hoorde, maar ik hoorde niet

ik ademde, maar ik ademde niet

ik was vol en leeg tegelijk


als een oceaan

die alles bevat

en niets

ik voelde de golven door me heen gaan

nee —

ik was de golven en de oceaan

bewegend maar onbeweeglijk

geraakt maar onaangeraakt


toen de lucht 

mij doordrong

en me omhulde — werd ik lucht

ik werd de oceaan

ik werd het licht

ik werd de vogels

en hun lied


mijn hart was er niet

het was gevuld met Dat

mijn geest, eindeloze leegte

mijn ogen — ongezien — zagen alles

en daar verscheen

het beeld van de Geheime Tuin


ik zag mezelf

in elke leeftijd

dwalend met de vogels 

en de geur van rozen


toen ik zachtjes mijn ogen opende

was de wereld lichter

de bomen dansten sierlijker in de wind

hun kleuren goud 

in de ochtendzon


alles bestond

en niets bestond tegelijk

toen in de slaap uit mijn ogen wreef

wist ik het

onmiddellijk

Ik ben Dat

Denys Finch-Hatton


Out of Africa

landde jij in mijn huis

ik gaf me over aan jouw

vluchtige bezoeken


gesprekken over grootse geesten

verwante zielen, gelijk

geen ander

de beesten


wild was je 

onder de minachting

voor het gewone

stil in je liefde 

zocht je toevlucht


ongrijpbaar

en verdwenen voor zonsopgang

joeg je op andere horizonten


om terug te keren

toen het te laat was 

Haiku's


de maan rond en wit

trachtte de zon te kussen

de aarde ertussen


zwetend geweten

nachtelijk gelag en jij

dronken van liefde


Aurora (literaire roman)


Aurora en Victor waren geliefden. Vijftig jaar later ontmoeten ze elkaar weer en geven ze hun liefde een nieuwe kans. Maar het verleden heeft een stem en Aurora een geheim. Is hun liefde groot genoeg om zich los te maken uit de klauwen van het verleden?


Aurora is een roman over de kracht van verbondenheid tussen twee mensen die overeind proberen te blijven in een maatschappij die hen voorschrijft hoe te leven. Schommelend tussen hoop en vrees, gevoel en verstand, verlangen ze slechts een ding. Elkaar.